KLEI’S COLUMN
VROEGER
Amsterdam, 9 Juli
Vroeger was niet alles beter, maar je mocht wel meer wijn drinken. Lees maar 'Het dienen van wijnen' in Aaltje de Volmaakte en Zuinige Keukenmeid, het Nieuw Nederlandsch Keukenboek voor Koks, Keukenmeiden en Huismoeders (1e druk 1803). Een huiselijk dineetje, wat zullen we daar bij drinken? Aperitiefje tuurlijk (absinth, suggereert Aaltje), bij de 'eerste service' wat eenvoudige rode bourgognes, een 'tusschenglas rum of madera', en dan bij de tweede gang het sjiekere werk uit Bourgogne, zoals Pomard (spelt Aaltje), Volnay, Chambertin... Of breedgeschouderde noordrhônes als hermitage ('l'Ermitage') en côte-rôtie, ook lekker.
Werden ze daar niet dronken van dan? Zeker, maar daar wist Aaltje wat op. 'Als de opgewektheid, door deze verschillende wijnen veroorzaakt, zich reeds lucht begint te geven in vrolijke redenering gepaard met ongedwongen lach, dan is het oogenblik gekomen om de beste soorten te schenken van Bordeaux. De wijnen van Medoc, van Château-Laffitte (sic) en meer andere fijne soorten hebben de gelukkige eigenschap, in tijds een ligt begin van dronkenschap te stuiten.' Ook beter vroeger: rijpe Lafite kostte nog niet honderden euro's de fles.
Nicolaas Klei