KLEI’S COLUMN
WISSELVALLIG
Amsterdam, 22 April
Maart roert z’n staart. April doet wat hij wil. Aprilletje zoet geeft nog weleens een witte hoed. Jaja, het is me wat, die volkswijsheden van vóór Al Gore. Maar dan nog. Hoe het klimaat ook verandert, hier blijft het in essentie hetzelfde. Wisselvallig. Prinses Maxima vond dat dé Nederlander niet bestaat, maar Nederlands weer bestaat zeker. En wat eten we daarbij?
Dat is een serieus probleem, althans voor de Nederlanders die zich in hun keuze niet laten leiden door wat er deze week in de aanbieding is qua zakjes en pakjes en anderszins kant-en-klaar gemak dat – het kan vriezen het kan dooien – altijd hetzelfde smaakt.
Maar daar hoort u niet bij, lieve lezer, en daar zitten u en ik deze maanden mooi mee. Het gaat meestal als volgt. ’s Ochtends denk je warempel dat het voorjaar is, en fiets je flierefluitend naar de markt, het hoofd vol vrolijke salades en frisse visjes. Maar je staat nog niet voor het eerste rode stoplicht richting huis of je krijgt een kille hagelbui op je huid die Marjon de Hond rond etenstijd ‘de ergste sinds 1937’ zal noemen, om het vaderland daarna te waarschuwen voor natte sneeuw en opvriezing.
Kom dan maar eens aanzetten bij je huisgenoten met je fijne lentemaal. Stamppot, willen ze. Hachee, suddervlees, zuurkool, hutspot! Stevig hartverwarmend voedsel. En dat is er niet.
Om te voorkomen dat uw geliefden zich glibberend richting snackbar begeven met alle risico’s van dien – hoewel een goede kroket wel een expeditie waard is – hier een goede raad.
Kook iets waar u alle kanten mee uit kunt. Soep, gebakken piepers met groente en vlees, van alles met macaroni (of pasta zoals het tegenwoordig heet), ratatouille... En geef er daarna met de wijn de draai aan die past bij het weerbeeld. Komt iedereen kleumend binnen met verhalen over klunen en doorlopers, ontkurk stoer en stevig rood. Blijkt toch ineens de lente uitgebroken, althans deze avond, tover ruige rosé uit de ijskastdeur.
Of-ie bij het eten past? Als-ie bij het weer en de drinkers past, past-ie ook bij het eten.
En er is hoop: Maartse wind en aprilse regen, beloven voor mei de grootste zegen.
Nicolaas Klei