KLEI’S COLUMN
WIJNWARMTE
Amsterdam, 31 Juli
Ik ben mijn schrijversloopbaan lang geleden begonnen bij Het Genootschap ter Bevordering van Nutteloze Kennis in dagblad Trouw. Niet vreemd dat ik bij wijn ben uitgekomen, denk ik wel eens. Er is echte wijnwetenschap, als biologische processen in de wijngaard of de chemie van de gisting, maar ook veel dat zo in de annalen van het Genootschap kan. Zo zegt de ene oenoloog, dus echt afgestudeerd in wijnkunde, dat zoet beter wordt waargenomen in warme wijn – van 22 graden. Nee, dat moet 35 graden zijn, weet z’n collega. Welnee, ‘zoet proef je hoe dan ook beter naarmate de temperatuur stijgt’, meent de derde. Eentje weet zeker dat witte wijn bij tien graden zuurder is dan bij twintig graden, een ander beweert even stellig het omgekeerde. Ook mooi onderzoek: koelen of verwarmen van bepaalde gedeelten van de tong geeft op zichzelf al een ‘smaaksensatie’. Helaas bleek wel dat de desbetreffende zenuwen bij iedereen weer anders verdeeld zijn over de tong. We drinken vooralsnog dus maar met ons wijnboerenverstand: alle kleuren koel. Een jong stevig rood met fikse tannine een piets lauwer, want dan proef je dat bitter minder.