NICOLAAS KLEI
Goede wijn behoeft geen krans en wijnschrijver Nicolaas Klei behoeft zo langzamerhand geen toelichting meer. Met zijn boeken wist hij al honderdduizenden lezers te bekeren tot zijn overtuiging dat wijn niet moeilijk moet zijn, maar lekker.
Waarom wordt iemand wijnschrijver?
Nicolaas Klei: ‘Misschien zit het in de genen. Mijn Schiedamse grootvader was makelaar in spiritualiën (jenever) en in een ver verleden was er een bierbrouwer in de familie, dus de alcohol stroomt enigszins door het bloed. Zodra ik doorhad dat de ene wijn lekkerder was dan de andere, terwijl ze toch beide beaujolais heetten, ging ik op onderzoek uit. Lezen, kopen, proeven, een proefclubje, wijnreizen. Mijn Groningse grootvader was schoolhoofd, dus onderwijs zit ook in het bloed. En het schrijven kreeg ik via mijn vader de journalist.
En je hebt geluk nodig. Begin 1992 ontmoette ik uitgever Joost Nijsen, die net het eerste boek van Johannes van Dam had uitgegeven en op zoek was naar een auteur die hem een eigenwijs wijnboek kon leveren. Wat is waar op wijngebied, wat is snobisme en aanstellerij en kan geschrapt. Voorjaar 1994 verscheen mijn eerste wijnboek: Over de tong. Als je een boek hebt geschreven, denkt men dat je er wat van weet, en voor je het weet verdien je je brood als schrijver over wijn. Ik ben er nog steeds verbaasd over.
In 1997 verscheen Onder de Kurk, in 1998 Achter het etiket, in 2001 De lekkerste fles (de beste wijnen van de Nederlandse wijnwinkels) en in najaar 2005 Tot op de bodem. Vanaf 2000 kwam er ook nog elk jaar een Supermarktwijngids. In november 2008 verschijnt de 8ste editie, die omgedoopt zal worden tot Superwijngids. Tussen de boeken door laat ik wijnwetenswaardigheden en lekkere aanraders los in tijdschriften, met name in m’n wekelijkse columns in AD Magazine (de zaterdagse bijlage van Algemeen Dagblad) en Elsevier.’